Rio+20: hoe zien wij de toekomst?

Trefwoorden: Klimaat, Rio

Van 20 tot 22 juni, tijdens de VN-conferentie Rio+20 over duurzame ontwikkeling, moeten onze wereldleiders de kans grijpen om ons economisch model te herbekijken en ook de maatschappelijke en ecologische uitdagingen in rekening te brengen.

coalition Rio+20 photo prétexte.jpg

De Belgische RIO+20 Coalitie, waarvan Oxfam deel uitmaakt, roept de Europese en de wereldleiders op dit momentum te gebruiken om het debat te concentreren op sociale, ecologische en economische duurzaamheid. Ze mogen zich niet tevreden stellen met ‘de promotie van de groene economie’ als oplossing voor alle kwaad. Milieu en ontwikkeling bevorderen in respect voor de sociale grenzen en de biocapacitiet van onze aarde, ziedaar de essentie van de uitdaging die ons allen wacht.

De grote oorzaken aanpakken

De mensheid leeft boven haar stand. Door de levenswijze en de consumptie van de rijkste mensen worden onze veiligheid en ook de toekomstige welvaart in gevaar gebracht. Hoe kan Rio+20, twintig jaar na de top in Rio de Janeiro van 1992, ervoor zorgen dat veiligheid en welvaart gegarandeerd blijven voor de 9 miljard mensen in 2050, zonder de ecologische grenzen van onze planeet geweld aan te doen? Via haar campagne “GROEI. Voedsel. Leven. Aarde.” richt Oxfam vooral de aandacht op het recht op voedsel. Dit recht kan slechts verzekerd worden op voorwaarde dat de ontwikkeling wereldwijd werkelijk duurzaam is.

Het is tijd om een stand van zaken op te maken: wat is er met de VN-beloften van 1992 ondertussen gebeurd en waar staan we vandaag? Rio+20 moet durven vaststellen dat de mensheid zich bij wijze van spreken in een ecologische en sociale afgrond heeft gestort. Onze staatshoofden en regeringen moeten de oorzaken van de wereldwijde crisissen durven aanpakken om de ongelijkheid te verminderen, zowel tussen de landen als in de landen zelf.

Boter bij de vis

De Belgische Rio+20 Coalitie bestaat uit de vakbonden, internationale sociale organisaties, vrouwengroepen, milieuorganisaties, het Sociaal Forum van België en de platformen voor duurzame ontwikkeling. Samen vragen zij België, de Europese Unie en de wereldleiders om van deze top de motor te maken van een drastische koerswijziging voor een duurzame wereld.

Waarom is deze coalitie tot stand gekomen? “Er bestaat al een Platform klimaatjustitie, dat vele actoren uit het middenveld telt (ngo’s, vakbonden, milieuorganisaties,…)”, antwoordt Brigitte Gloire, beleidsmedewerkster Duurzame Ontwikkeling bij Oxfam-Solidariteit. “Maar tijdens de voorbereidende besprekingen van RIO+20 door de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) werd de stem van het Platform helemaal niet gehoord noch gevolgd. We vonden het uiterst belangrijk dat ons werk zichtbaar werd gemaakt. Daarom hebben we een gemeenschappelijke verklaring opgesteld. Daartoe hebben we een ad hoc coalitie gevormd met alle krachten uit het middenveld die met klimaatverandering bezig zijn en met de platformen voor duurzame ontwikkeling bij de verenigingen.”

De Belgische RIO+20 Coalitie presenteert drie elementaire pistes om tot duurzame ontwikkeling te komen:

  • de sociale rechtvaardigheid en het welzijn verzekeren. Dit betekent het uitroeien van de armoede en een einde stellen aan de sociale en genderongelijkheid;
  • de nodige economische middelen inzetten; Dit veronderstelt onze consumptie- en productiegewoonten veranderen en de rijkdommen herverdelen;
  • rekening houden met de ecologische grenzen van onze planeet om sociale rechtvaardigheid te realiseren. Natuurlijke rijkdommen en hun belang voor het nageslacht behouden en beschermen.


Er is evenwel nood aan een sterk institutioneel kader om de politieke en economische actoren echt tot andere gedachten te brengen. Zo moet er absoluut voorzien worden in controlemechanismen, in een orgaan dat toezicht houdt en rapporteert, in verplichte doelstellingen én concrete financiële middelen om werkelijk vooruitgang te kunnen boeken.

Niet iedereen heeft dezelfde verantwoordelijkheid

Het concept duurzame ontwikkeling is gebaseerd op twee vaststellingen. Vooreerst kan de bescherming van het milieu niet losgekoppeld worden van het recht op ontwikkeling van de armste landen. Bovendien kan onze levensnoodzakelijke biosfeer niet lang weerstand bieden aan ons ongebreidelde verbruik van natuurlijke grondstoffen. Vandaag al overschrijdt de mensheid de beperkte biocapaciteit van onze aarde. Voor Oxfam moet de promotie van een duurzame samenleving dus hoe dan ook gekoppeld zijn aan de realisatie van een model met sociale, ecologische en economische dimensies. De economie moet ten dienste staan van sociale doelstellingen en ze dient rekening te houden met de ecologische beperkingen van ons systeem.

Tijdens de top van 1992 werden enkele principes vastgelegd die de internationale akkoorden over milieu zouden sturen: het recht op ontwikkeling, het principe ‘de vervuiler betaalt’, het voorzorgsprincipe en het principe van billijkheid of ‘de verantwoordelijkheid wordt gedeeld maar is niet voor iedereen dezelfde’.
Dat principe benadrukt de historische verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen voor de klimaatopwarming, de vermindering van de biodiversiteit en de woestijnvorming. 
Met een eenvoudig cijfer wordt dit meteen veel duidelijker: 7% van de rijkste mensen op aarde zijn verantwoordelijk voor de helft van de koolstofuitstoot. En 50% van de armste bevolkingen op aarde staan in voor amper 7% van de uitstoot.

Meer weten?

  • Contacteer Brigitte Gloire, beleidsmedewerkster voor duurzame ontwikkeling bij Oxfam-Solidariteit; bgl (at) oxfamsol.be